De fotograaf

Mijn passie voor fotograferen…is begonnen bij mijn moeder.
Mijn moeder fotografeerde heel veel, vooral ons gezin, gebeurtenissen, feestjes, uitjes, vakanties, etc…. Ze fotografeerde vrijwel iedere dag iets wat ze een foto waard vond. ‘Allways Wear A Camera’ was haar credo, dat tegenwoordig door Thorsten von Overgaard luid wordt gepredikt op zijn website.
In mijn jeugd (jaren ‘50 / ’60) fotografeerde zij met een Agfa box 120 rolfilm camera 6x9cm formaat. Ik heb de fotoalbums nog en kijk er nog regelmatig in!
Van het negatief werd een contactafdruk gemaakt. Het waren zwart/wit foto’s die verder niet bewerkt of uitvergroot werden. In het fotoboek hield zij nauwkeurig bij wat, wie, wanneer en waar was gefotografeerd. Zo werd de ‘metadata’ bijgehouden. De film was waarschijnlijk 100 ASA (vgl ISO 100), sluitertijden en diagfragma werden niet bijgehouden. Ze beschikte ook niet over een belichtingsmeter, dus de foto werd op gevoel en met de ervaring van lichtomstandigheden gemaakt. Nu bood deze camera ook niet zoveel instelmogelijkheden. Foto’s werden voornamelijk buiten gemaakt en af toe binnen als er voldoende licht was. Bij zo’n camera kon je sowieso geen flitser aansluiten. Wel had ze een 500 Watt fotolamp die je in een willekeurige fitting kon draaien, maar daar werd eigenlijk ook nooit gebruik van gemaakt. De lamp gaf rare en scherpe schaduwen. Overigens fotografeer je met zo’n boxcamera vanuit je buik, vaak is dat een interessantere hoek, dan vanuit ooghoogte. Hieronder zit ik te midden van mijn broers, voorjaar 1955. Ben nu wel wat dikker geworden…


Mijn moeder lette scherp op wat wel en niet in beeld mocht komen. Ze hield zoveel mogelijk rekening met de mogelijke compositie. Losse, niet ter zake doende spullen werden eerst weggehaald, als dat mogelijk was. Onderstaande foto heeft zij gemaakt met de Agfa Box, midden 1962. Mijn vader had net op de automarkt in Haarlem een Triumph Roadster uit 1946 gekocht voor 800 gulden en ik wilde hem wel eens uitproberen.

Aanvankelijk was mijn moeder het niet eens met de aankoop van deze auto. Ze had liever een nieuwere en comfortabelere auto gewild. Maar met deze moesten we het doen en we gingen ermee op vakantie naar Oostenrijk, kamperen. De auto reed niet harder dan 80 km per uur en liep vaak warm. Dan moesten we een tijdje pauzeren om hem af te laten koelen en vervolgens water bij te vullen. Het reizen van toen is misschien te vergelijken met het reizen van nu met een elektrische auto: je doet er wat langer over om op de plaats van bestemming te komen.
In 1964 kocht ik van mijn spaargeld een Diana 120 rolfimcamera. Een plastic camera in alle opzichten voor 2 gulden en 50 cent. En nog steeds wordt deze camera verkocht op de 2e handsmarkt.
De camera heeft een negatiefformaat van 5,2 bij 5,2 cm.
De foto was ook een contactafdruk van het negatief, maar de kwaliteit van de afdruk was wel een stuk minder dan die van de Agfa. Vooral in de hoeken liepen de lijnen weg. Tegenwoordig is de Diana zeer geliefd bij lomografie fotografen. Een foto hoeft niet altijd technisch perfect te zijn. Het belangrijkste is dat er een verhaal geschetst wordt! Films ontwikkelen en afdrukken leerde ik op de fotoclub van de middelbare school, het Kennemer Lyceum in Overveen. Zelf maakte ik een ‘donkere kamer’ in mijn ouderlijk huis, op zolder achter een oude linnenkast. Films ontwikkelen deed ik in een kast onder de zoldertrap. Daar kon ik de film in een Paterson ontwikkeltankje rollen en lichtdicht afsluiten. Ik heb mij altijd geïnteresseerd in de kwaliteit van de camera en de afdrukken die ik ermee maakte. We woonden in Santpoort Noord en van fotowinkel ‘Schutte’ leerde ik de betekenis van het richtgetal, wat het begrip ‘scherptediepte’ betekende en werd ik ook over goede camera’s geadviseerd. Foto Schutte was een familiebedrijf. Zoon Aris was clarinettist in het Dixielandbandje van mijn oudere broer. Op een gegeven moment leerde ik het opwaarderen van de lichtgevoeligheid van de film en de film ook zo te ontwikkelen. Zo kon ik een 100 ASA film met fijne korrel opwaarderen naar 400 ASA zonder afbreuk te doen aan de grootte van de korrel (vgl korrel met pixel).

Mijn eerste 35mm camera was een Agfa Silette Rapid. Eigenlijk werd deze camera mij afgeraden door de vader van mijn beste vriend destijds: “met een gangbaar kleinbeeld fimpje kan je meer opnames maken dan met een rapid systeem film” (wel allebei 35mm film). Maar deze camera kon ik betalen van mijn spaarcentjes en ik wilde niet wachten! Dus sloeg ik de goede raad in de wind! Met deze camera kon ik ook flitsen, destijds met een eenmalig te gebruiken flitslampje.

Mijn volgende camera wilde ik met belichtingsmeter hebben. En het rapid systeem vond ik heel makkelijk in gebruik. Het werd een Yashica Half 17 EE Rapid. Ik vond de camera qua design heel mooi….wel een camera die 35 mm negatief halveert….maar dat was het toch niet….foto’s met te grove korrel…En zo stapte ik over naar steeds betere camera’s binnen mijn budget en ik kreeg zelfs ook opdrachten van klasgenoten om bijvoorbeeld huwelijksfoto’s van hun families te maken. Ik maakte foto’s op school, niet alleen op evenementen, maar ook gewoon in de klas. Van wat er zoal gebeurde. De Pentaflex werd verruild voor een Kowa SeTr met meerdere lenzen. Goede objectieven, maar toen werd het een Olympus OM1. Een revolutionaire camera die kleiner en lichter was dan de gangbare spiegelreflexen van de grote merken als Leica, Canon, Nikkormat, Asahi Pentax, Topcon, Petri, etc…! De eerste professionele systeemcamera die ik kon betalen van mijn spaargeld. Ondertussen had mijn moeder een Rollei 35S (S staat voor Sonnar) aangeschaft op advies van Aris Schutte. Nu een collectors’ Item! De Zeiss Sonnar lens maakt superscherpe foto’s. Daarom, kocht ik later een Contax T2 voor dagelijks gebruik, ook met een Sonnar lens. Supercompact met superieure lens, resulterend in waanzinnig mooie afdrukken! Ik heb twee T2’s gehad. De eerste had ik nieuw gekocht in zwart titanium. Deze is een keer gevallen en deed het niet meer. Reparatie zou niet mogelijk zijn voor een redelijke prijs. De tweede, zilver titanium, had ik gekocht op Ebay voor 400 dollar. Deze is later gestolen door een medewerker van een verhuisbedrijf, maar bewijs dat maar eens…….. Ik had hem op het aanrecht gelegd van ons zojuist betreden huis. En toen de heren verhuizers waren vertrokken, was de camera dat ook. Nu vraagt men er veel meer voor dan ze nieuw hebben gekost. Ik heb ook nog een Leica R4 en Hasselblad uitrusting gehad. Maar met de komst van het digitale tijdperk deed ik er veel te weinig mee. Met mijn Epson V700 fotoscanner scan ik mijn analoge 35mm en 6×6 dia’s en foto’s in.



Mijn eerste digitale camera was een Canon IXUS 300. Daarna een Lumix FZ50, Olympus E620, Fujifilm T-X1, Leica Q2, Sony A7II en nu fotografeer ik al 5 jaar met een Sony A7RIVa. Voor dagelijks gebruik had ik een Sony RX10 IV (toch wel een bulky camera) en nu een Leica D-lux 8. Ja, ik heb veel digitale camera’s gehad in relatief korte tijd. Dat komt omdat de ontwikkeling van de optische, technische en functionele specificaties elkaar in rap tempo opvolgen.
Mijn oudste broer had de kleinbeeld spiegelreflex camera ontdekt, een Aires! Dus een spiegelreflex wilde ik ook! En ik kocht een Pentaflex met Domiplan 2,8 50mm. Dat was voor mij een topcamera! Simpel matglas! Geld voor extra lenzen had ik niet, maar ik kon wel macro opnames maken door gebruik te maken van tussenringen.




Tot in mijn studententijd drukte ik zwart/wit foto’s af met een Opemus 4×4 vergroter, met een lens waarmee de afdrukken veel minder goed waren dan als ik foto’s afdrukte met bijv. een Durst vergroter. Daar kwam ik pas later achter! De kwaliteit van de lens van de vergroter is dus ook heel belangrijk!
Heden druk ik foto’s af met een Canon Image PRO-310
A3+ Printer. Door het zelf te doen heb je volledige controle over het resultaat, dan als je gebruik maakt van een fotolab. Ik werk met een Apple Mac Studio + Apple Studio Display en voor de calibratie Spyder XPro voor de kleuren.



Meer en meer megapixels….bij iedere upgrade van een nieuwe camera…Is dat nodig? Nee, niet echt, maar ik wil voldoende ‘pk’s’ hebben onder de motorkap. Neemt niet weg dat een oudere, met een lagere megapixel sensor ook boeiende beelden kan leveren! Enfin, vandaag de dag met de Sony A7RIV, werk ik vooral met Sony G/GM lenzen. Waarom? Die halen het meeste uit de 61 megapixel sensor. Als je op deze camera een goedkope lens gebruikt, dan zie je meteen het verschil. Overigens zit deze sensor o.a. ook in de Leica Q3. Kortom, hoe meer megapixels, hoe kostbaarder het allemaal wordt! Het kan, en wordt altijd beter, maar de digitale verschillen met enkele jaren geleden zijn niet meer revolutionair te noemen. Ingescande dia’s / foto’s gemaakt met mijn analoge camera’s zijn nog steeds supergoed qua beeldkwaliteit. Uiteindelijk creëert de fotograaf het resultaat.
